Kapelaan Callistus Offor stelt zich voor

zondag 7 juli 2019
Soms is het moeilijk om over jezelf te schrijven. Het is voor mij een bijzondere opdracht om een artikel over mezelf te schrijven. Het is vaak makkelijker om over iemand anders dan jezelf te praten. Mijzelf voorstellen gaat niet alleen over mijn naam. Mensen weten dat al: Callistus Chijioke Offor.

Maar ze willen meer weten. Wie je bent gaat niet altijd over je naam of je land! Mensen willen meer weten: ze weten al dat ik uit Nigeria kom. Op de kaart van Nigeria zie je van het alfabet de letter "Y", gevormd door twee rivieren, de Niger-rivier en de Benue-rivier. Het noordelijke deel van Nigeria ligt boven de 'Y' en eronder bevindt zich het zuiden van Nigeria. De aftakking van de "Y" verdeelt het zuiden tussen zuidwest aan de linkerkant en zuidoost aan de rechterkant. Aan deze rechterkant is mijn provincie of wat wij "staat” noemen en heet: Enugu. Er zijn vijf staten in het zuidoosten.


Ik ben geboren in een andere provincie: Anambra. Daar ben ik opgegroeid tijdens de lagere school en de middelbare school. De twee belangrijkste seminaries van de paters van de Heilige Geest, waar ik toe behoor, bevinden zich in mijn staat Enugu.
Iedereen weet ook dat Nigeria in Afrika is, maar dat is niet alles wat verteld kan worden. Maar ja, wat is alles?


Het leven is een soort van mysterie. Als volwassenen denken we vaak: ik heb dit, ik ben dit, ik weet dit en dat. Maar wanneer je terugkijkt op je leven, weet je niet altijd waarom alles is gegaan zoals ging of waarom dingen gebeurt zijn zoals ze gebeurt zijn. Als we naar onze geboorte kijken en er een kind in de wereld komt, begint het meteen te huilen. Waarom? Is het kind is boos en verward? Weet het kind niet waar het is? Vraagt het zich af: waar ben ik en waarom ben ik hier? Als er geen antwoord is, begint het kind meteen te huilen. Het wil teruggaan naar de moederschoot. In de baarmoeder was alles donker en mooi: geen zorgen, geen lawaai, geen wandelen, geen koud of slecht weer, alles was comfortabel. Maar toen het kind in de wereld kwam, hoorde het meteen mensen praten. Maar waarover ze spraken, weet het niet. Welke taal mensen ook spreken, het kind weet het niet. Dus het wil terug naar de prachtige moederschoot, waar geen vragen en geen problemen zijn.


Ik ben op 29 april 1978 in de wereld gekomen. En zoals de meeste kinderen, denk ik dat ik heb gehuild! Ik moet de verwarring en angst hebben ervaren, zoals elk kind dat in een onbekende wereld geboren is, zich afvragend waar het is en waarom het daar is; zich afvragend waarom het de schoonheid en veiligheid van moeders schoot moet verlaten waar alles veilig, kalm en vredig is. Ze vertelden me dat ik in Onitsha ben geboren als derde kind en de eerste zoon van mijn ouders, maar zeker niet de laatste! Ik was de eerste van nog vier andere zonen in het gezin.


Onitsha ligt in de deelstaat Anambra. Daar is één van de grootste markten in West-Afrika. Het is ook de eerste plaats waar de missionarissen hun voeten aan land hebben gezet vanwege de rivier de Niger. Dit was de hoofdroute om te reizen, omdat er nog geen autowegen en voertuigen waren. Zoals elk ander kind werd ik hulpeloos geboren en was ik afhankelijk van anderen om te begrijpen wie ik ben, waar ik ben en waarom ik hier ben!

 


Als kinderen hebben we gespeeld met een prachtig liedje dat ik me nog steeds herinner en dat liedje gaat als volgt:
Klap voor de babyhagedis ... heleleleleee
Klap voor de babyhagedis .... helelele
De babyhagedis leerde niet lopen en begon te rennen .... helelelee
Piiiii .... Helelelelee, paaapiiii ... helelelelee

Nu heb ik als volwassene eens over dat lied nagedacht en ik vind het vol van wijsheid. Het zegt veel over onze menselijke aard: bij de geboorte lijkt de mens de zwakste van alle wezens te zijn. Dus het liedje zegt: laten we applaudisseren voor de babyhagedis, die nooit leerde lopen en begon te rennen! Want zodra de hagedis uit de eischaal komt begint hij rond te rennen en heeft zelfs zijn moeder niet nodig. Een groot verschil met een kind, dat eerst moet leren zitten, zien, kruipen, staan, lopen en misschien nog vele jaren nodig heeft om te gaan rennen.



Ik werd in het jaar geboren dat de heilige Johannes Paulus II paus werd. In 1988 nam ik de naam Johannes Paulus aan tijdens mijn vormsel [in sommige landen is het gebruik, dat je bij je vormsel een vormnaam krijgt, zoals bij het doopsel de ouders een doopnaam kiezen. Meestal een heilige die een bijzondere betekenis voor je heeft – red.]. Hetzelfde jaar ontving ik de eerste communie. In die tijd had ik geen verlangen om priester te worden.
Ik ging in 1985 naar de basisschool en vervolgens naar de middelbare school in 1991. Na mijn middelbare school ging ik naar een Special Science school met de bedoeling om ingenieur te worden. Ik wilde geen dokter worden, omdat ik het niet leuk vind om bloed of wonden te zien. Maar na een jaar verloor ik alle zin om ingenieur te worden. Ik voelde een roeping tot het priesterschap.


In oktober 1997 begon ik met het postulaat bij de paters van de Heilige Geest in een andere staat van het zuidoosten van Nigeria, de staat Imo. Daar bleef ik zoeken naar de gevoelens die ik had, om er zeker van te zijn dat dit echt was wat ik wilde zijn. Ik ging door met het zoeken naar antwoorden op die vragen en verwarring waardoor elk kind huilt als het ter wereld komt: wie ben ik, waar ben ik, waarom ben ik hier? Tijdens de rest van mijn seminarietijd, die twaalf jaar duurde, heb ik veel tijd besteed aan het zoeken naar antwoorden op diezelfde vragen!



Toen ik het noviciaat begon met zesendertig anderen in 1998, werden we verwelkomd met een boek geschreven door John Carr, getiteld: WAAROM KOM JE, WAAROM BEN JE HIER? [John Carr, Why hast thou come? – red.] Ik vond het boek en de vraag heel mooie en belangrijke!


Ik vind een goed antwoord op deze vraag in het evangelie van Jezus: dienstbaarheid! Jezus heeft zichzelf gegeven voor de mensheid. Ik ben geen Jezus, maar ik denk dat het verhaal van Jezus waardevol is en zin geeft aan het leven. Voor degenen met wie het economisch, sociaal en politiek goed gaat, betekent dit misschien niet zo veel, maar voor hen die crises, armoede, duisternis, kwaad en slechtheid hebben ervaren, kan het verhaal van Jezus heel veel betekenen! Toen dus mijn wijdingsdatum voor het priesterschap naderde, twijfelde ik er niet aan dat het werk van het priesterschap mijn levensvragen beantwoordde.

Bij onze priesterwijding schrijven wij onze wijdingsspreuk, als een motto voor ons priesterschap, op onze ordeskalender. Ik schreef uit de 1steKorinthiërsbrief, hoofdstuk 2, vers 7 en 1 (in die volgorde):'Want wat heb je dat je niet hebt ontvangen, en als je het hebt ontvangen, waarom schep je dan alsof je het niet deed'. En vers 1 zegt: 'denk aan ons als dienaren van Christus en rentmeesters van de mysteries onthuld door God'.
Op 4 juli 2009 ben ik tot priester gewijd bij het noviaciaatshuis van de Heilige Geest: Awo Omamma, dezelfde plaats waar ik elf jaar eerder het boek 'WAAROM KOM JE,WAAROM BEN JE HIER?' heb gelezen. Deze maand, juli 2019, heb ik mijn tienjarig priesterjubileum gevierd en ik ben er zeker van dat ik geen verkeerde keuze heb gemaakt!


Na mijn wijding in 2009 werd ik benoemd om te helpen in een parochie in stad Ihiala, in de St. Martinusparochie, waar ons eerste kleinseminarie, gebouwd door de blanke missionarissen uit Ierland, ook gevestigd is. Een jaar later werd ik benoemd tot kapelaan in een andere parochie in het Niger Delta-gebied, genaamd Elele in Rivers State, niet ver van waar Shell olieboringen plaatsvonden. Later, toen ik naar Nederland kwam, kom ik erachter dat Shell een Nederlands oliebedrijf is.

In oktober 2013 werd ik pastoor van de Onze Lieve Vrouwe van Lourdes parochie in Elele. Ik was blij met mijn vier jaar dienstwerk in die parochie, die ook een Maria-bedevaartsoord is. Bijzonder was voor mij de oprichting van een kleuter- en basisschool, bedoeld om kinderen voor te bereiden op de uitdagingen van het leven. Ik heb altijd geloofd in de kracht van goed onderwijs. Onwetendheid betekent voor mij duisternis, niet de veilige en mooie duisternis die ik in mijn moeders schoot ervoer, maar een gevaarlijke en destructieve duisternis. Degenen die verlichting brengen zijn de ware helden, of het nu spirituele, intellectuele of morele verlichting is.


Eind 2016 ontving ik van mijn overste een bericht om in Nederland te gaan werken. Ik accepteerde deze benoeming zowel als een uitdaging en alsook een kans om te groeien. Ik wist dat het niet gemakkelijk zou zijn, maar ik weet ook dat uitdagingen ons kansen op groei bieden. Het was zowel uitdagend als verrijkend sinds ik in mei 2017 in Nederland aankwam. Ik heb gewoond in Gennep en Berg en Dal; en woon nu in Handel terwijl ik in Cuijk werk. Ik heb geen spijt van de missie naar Nederland. Ik heb al geweldige mensen ontmoet! ik heb ook uitdagende mensen ontmoet en me voorbereid op de toekomst.


Ik ben de bisschop van Den Bosch dankbaar voor mijn benoeming. Ik ervaar hem als een echte herder, een vader: eenvoudig en vriendelijk van hart. Theo Lamers is een geweldige priester: zijn goedheid straalt overal om hem heen. Hij maakt moeilijke dingen gemakkelijk en hij is een genie in de manier waarop hij dat doet. Ik zie dezelfde eigenschappen van goedheid en vriendelijkheid in iedereen die ik in de parochie heb ontmoet. Ik voel me zo thuis!


God stuurt altijd engelen naar ons toe op elke reis en elke ervaring tot nu toe, leert me dat mijn dienst hier vruchtbaar zal zijn, omdat er engelen zijn om de grond water te geven en de tedere takken helemaal te ondersteunen. God zegene u allen, God zegene ons werk. Het verhaal gaat verder ...



Handige links