Column Mgr. De Korte: Brabants katholiek

zaterdag 27 april 2019
Vorig jaar september nam de liberale leider Klaas Dijkhoff met de nodige publiciteit afscheid van onze Kerk. Het uitschrijven van een katholiek is altijd een pijnlijk gebeuren. In zijn verantwoording voor zijn uitschrijving noemde Dijkhoff zich wel Brabants katholiek. 

In een recent interview zegt hij dat het gaat om een zelfbedachte term. Het houdt in dat Dijkhoff de vieringen niet meer bezoekt en moeite heeft met de, in zijn ogen, conservatieve geloofsleer. Maar hij zal nog steeds een kaarsje branden in een kapel als iemand in zijn omgeving ziek is. De Kerk is rijk aan rituelen, van doop tot aan de dood, als een omlijsting van het leven en dat is, ook in de visie van de liberale leider, mooi.

Woonspiritualiteit
Ik heb het vermoeden dat in ons bisdom veel mensen zich in de visie van de heer Dijkhoff kunnen herkennen. Veel katholieken hebben in de afgelopen decennia Kerk en kerkelijke ethiek vaarwel gezegd. Zij plaatsen het instituut Kerk op een afstand en vinden de leer veel te streng maar blijven wel cultuurkatholiek.

In dat verband moet ik denken aan het onderscheid dat het recente onderzoek Christenen in Nederland van het Sociaal en Cultureel Planbureau ( SCP) maakt tussen zoekspiritualiteit en woonspiritualiteit. Mensen met een zoekspiritualiteit hebben een geloof van een ongebonden, individualistische soort. Bijna alle katholieken, zowel kerkelijke gelovigen als cultuurkatholieken, hebben een woonspiritualiteit.

Kaarsje
Als katholiek deel je in een katholieke subcultuur van wieg tot graf. Ook katholieken die de zondagse liturgie niet meer meevieren en moeite hebben met de ethische opvattingen van de Kerk, wonen als het ware in dit katholieke milieu. Zij denken veeleer in termen van wij dan ik; vinden gemeenschapszin en solidariteit belangrijk en lopen af en toe een kerk of kapel binnen om een kaarsje te branden bij Maria. Zo hebben zij toch nog een lijntje naar de hemel.

Tegen die achtergrond vond ik in een recent artikel van de hand van professor Paul van Geest belangwekkende gedachten. Hij woont in Zuid Holland, om precies te zijn in Berkel en Rodenrijs, en constateert dat ook daar, zoals in bijna alle dorpen en steden, het zondagse kerkbezoek flink is afgenomen. Uit de nieuwe wijken die er zijn gebouwd, komen nauwelijks mensen naar de zondagse eredienst. Tegelijkertijd houdt de hoogleraar een pleidooi om niet alleen naar het bezoek op zondag te kijken en vooral om onze kerkgebouwen iedere dag open te stellen.

Oproep
In kerken en kapellen die iedere dag open zijn, komen mensen soms kort, soms lang het huis van God binnen om er te bidden, te mediteren of zomaar stil te zijn, zonder enige vorm van liturgie. En heel vaak branden zij een kaarsje bij Maria of een andere heilige. In kerken die dagelijks open zijn, komen veel mensen die op zondagmorgen verstek laten gaan. Onze kerken blijken belangrijke plekken waarin gebeden, gemediteerd en soms gehuild kan worden. Van Geest eindigt met de hoop dat de afzonderlijk biddende mensen een nieuwe gemeenschap zullen vormen en zich verantwoordelijk zullen voelen voor het voortbestaan van het kerkgebouw.

Tegen die achtergrond doe ik graag een oproep aan onze pastores en besturen om iedere dag zoveel mogelijk de kerkgebouwen van ons bisdom open te stellen opdat mensen een plek hebben voor gebed en meditatie. 

Relevant
Leo Fijen heeft al meerdere keren katholieken opgeroepen te stoppen met klagen dat het allemaal minder wordt. Wij moeten niet meehuilen met de wolven in het bos na de zoveelste publicatie over minder leden en kerkbetrokkenheid. Maar hopelijk laten wij als Bossche katholieken zien dat wij op een nieuwe manier relevant kunnen zijn in het leven van mensen, niet in de laatste plaats door kerkgebouwen open te stellen als huizen van God én als huizen van onderlinge gemeenschap.

Mgr. dr. Gerard De Korte

Handige links